Kenmerken van dit Coating System
Wat?
Corrosieklasse: C5 Industrial
high durability (ISO 12944-2)Interior gebruik.
De gecoate producten worden NIET blootgesteld aan UV-belasting.
Er is een zeer hoge vochtbelasting. Er treedt bijvoorbeeld constant condensatie op.
Er is een hoge graad van luchtvervuiling.
Conservering
2 laags poedercoating:
primer + topcoatDe objecten zijn vervaardigd uit gemetalliseerd constructiestaal of plaatwerk.
Voorbehandeling:
Als voorbewerking voor het metalliseren worden de stukken gestraald met een reinheidsgraad van minstens SA3. Na het metalliseren worden de stukken onmiddellijk gepoedercoat. Gemetalliseerde stukken worden niet voorbehandeld.
Typische toepassingen
Interieurtoepassingen in gebouwen in zwaar belast milieu:
Machinekamers
Niet UV-belaste onderdelen van carwashes
Scheepvaart: interieur, laaddecks, trappenhuizen, machinekamer,(in zoetwater)
Coatings: primer + topcoat
|
Primer |
Type |
Topcoat |
|---|---|---|
|
Govesan |
Multi-compound primer: ontgassingsvriendelijk, goede kantendekking, perfecte intercoatadhesie, anti-corrosief systeem. |
Qualicoat gecertificeerde polyester (Qualisteelcoat PE-0059) |
Op ontgassingsgevoelige substraten zoals gemetalliseerd staal of gegalvaniseerd staal gebruikt men ontgassingsvriendelijke coatings. De stukken kunnen eventueel ook vooraf ontgast worden tijdens het moffelen van de primer of voor het aanbrengen van de coating.
Bij partiële uitharding van de primer is er steeds kans op doorvloeien van de primer doorheen de topcoat tijdens het uitmoffelen.
Met de porositeitsmeter kan de aarding van de werkstukken worden gecontroleerd voordat ze gelakt worden. Een goede aarding is onontbeerlijk voor een goed lakresultaat. Onvoldoende aarding zal zorgen voor onvoldoende laagdikte, spanningsvlekken en het moeilijk bereiken van bepaalde zones.
De tweede laag wordt gespoten met verminderde spanning om spanningsvlekken te voorkomen. Moderne poederpistolen zijn voorzien van een programma voor het aanbrengen van een supplementaire laag.
Metallic pigmenten op basis van aluminium worden beter niet ingezet voor toepassing in vochtig klimaat. De aluminiumpigmenten trekken gemakkelijk vocht aan en beginnen te oxideren. Het metallic effect zal dus verdwijnen na verloop van tijd.
Selectief gemalen poedercoating verhogen het rendement van de terugwinning aanzienlijk. Deze poeders hebben een gereduceerd aandeel kleine deeltjes. Deze poeders kunnen met filterkabines ook 100% op de stukken aangebracht worden , dus zonder verlies.
Meer informatie
Bij beschadiging van de coating zal er bij vochtbelasting een witte oxidatie te zien zijn. Dat zijn zinkoxides. Deze beschermen het zink en het staal door hun opofferende rol. Hoelang deze bescherming duurt hangt af van de hechting tussen de coating en de zink, de voorbehandeling, de corrosiviteitsklasse, de aggressiviteit van het milieu en de laagdikte van de zink en hoe frequent het oppervlak gespoeld wordt door regen of door het schoon te maken.
Metalliseren gebeurt door het spuiten van gesmolten zinkdruppeltjes op staal. Galvaniseren door het onderdompelen van de stukkjen in vloeibaar zink. Bijgevolg kunnen buizen aan de binnenzijde wel gegalvaniseerd worden maar niet gemetalliseerd. Anderzijds zal iets wat gegalvaniseerd wordt moeten kunnen gedompeld worden. Dus stukken die gegalvaniseerd worden, mogen geen afgesloten kamers bevatten en holtes hebben.
Respecteer de norm ISO 2063 in verband met de laagdikte van de metallisatie: voor C5 Maritim wordt 100 µm metallisatie aanbevolen.
Hou er rekening mee dat de tussentijdse stockage tussen het lakken en het plaatsen van de stukken in sommige gevallen aggressiever is dan waar het coatingsysteem voor bedoeld is. Dat kan leiden tot vroegtijdige corrosie of kleur- en glansverlies.
Deze adviezen zijn opgesteld voor deze respectievelijke corrosiviteitsklasse of lager.
Voor dragende constructie in een corrosiviteitsklasse C3 of hoger worden volgens EN 1090 geen scherpe randen toegelaten. Scherpe randen dienen afgerond te worden met een straal van minstens 2 mm.
De laagdikte van de primer is ter hoogte van de boorden en moeilijke plaatsen minstens 40 µm om een goede dekking te krijgen na het toepassen van de eindlaag.
De totale laagdikte van de organische coating bedraagt nominaal 140 µm. De kleinste waarde van de laagdikte is niet minder dan 112 µm en maximale waarde niet meer dan 420 µm.
Hier beschrijven we hoe je de binnenkomende stukken, de omgevingsfactoren, het coatingproces en de afgewerkte objecten kunt controleren.
We verwijzen voor meer informatie over deze toepassing en applicatie naar de "Praktijkrichtlijn voor het aanbrengen van thermisch gespoten lagen (metallisatie) op staal gevolgd door een organische coating. (December 2007)" van Evio.