Condens is best te vermijden als men start met poedercoaten.
Vooral in de periodes van koude nachten en warmere dagen kan het gebeuren dat er condens optreedt op de stukken die behandeld worden in de lakkerij.
Het monitoren van het dauwpunt en de temperatuur van de stukken die behandeld worden alsook van het gebruikte poeder kan heel wat problemen vermijden.
Meetinstrument
De dauwpuntsmeter meet de relatieve vochtigheid, de absolute vochtigheid, het dauwpunt en de temperatuur van de stukken. Deze meter geeft ook aan wat het verschil is tussen het dauwpunt en de stuktemperatuur.
Criteria
Het dauwpunt moet minstens 3 graden onder de temperatuur van het te lakken werkstuk liggen om te vermijden dat condens optreedt. Het dauwpunt dient gemeten te worden in de productiehal.
Treedt er condens op op de werkstukken dan zal dit storend zijn voor de kwaliteit van de coating.
Een typisch voorbeeld hiervan zijn problemen van ontgassing tijdens de herfst en lente op gemetalliseerd of gestraald staal.
Norm
Deze eis is ook opgenomen in de Specificaties van Qualisteelcoat.
Voor het aanbrengen van de coating op het stuk controleer je visueel of het stuk geschikt is om te coaten.
Meetinstrument
Geen, meetinstrument, enkel een visuele keuring
Criteria
Kan het gedompeld worden?
Moet het stuk gestraald worden om eventueele oxides en calamine te verwijderen. Kan het wel gestraald worden?
Is het stuk niet te groot?
Zijn er ophanggaten voorzien?
Kunnen alle vloeistoffen voldoende uitlopen?
Zijn de scherpe randen afgerond (> C3)?
Is het aangeboden coating systeem conform de toepassing van de stukken?
Heeft de eindklant het kleur (in het bijzonder bij metallics) goedgekeurd?
Bij galvanisatie: zijn de zinkspatten en druppels verwijderd?
Bij sendzimir: is het werkstuk vrij van een tijdelijke beschermingslaag? Kan ze verwijderd worden indien aanwezig?
Norm
ISO 12944-3
Opgenomen in de specificaties van Qualisteelcoat.